SPECIALE AANBIEDINGEN
Mis deze geweldige aanbiedingen niet!!

_________________




BOEK NU
Reserve su crucero a Galápagos ya!

_________________




WEES DUURZAAM
Help bij het behoud van het Galapagos ecosysteem

_________________




NIEUWSBRIEF
Nombre:

E-mail:

Galapagos-vakanties - Flora

De plantkunde van de eilanden is verdeeld in specifieke zones. Het begrijpen van deze zones helpt u de flora te identificeren en te waarderen. Van Mangove moerassen die de natte kustzone bedekken, de vijgcactus van de droge laaglanden, de scalesiabomen, tot de Miconia van de hogere vochtige zones. De Galapagoseilanden hebben een interessante reeks planten.

Het klimaat op de eilanden varieert van droge lage gebieden langs de kust tot de hoge vochtige gebieden bij de vulkaantoppen. Er zijn 7 zones in het archipel: de Kustzone, Droge Laagland Zone, Overgangszone, Scalesiazone, Bruine Zone, Miconia Zone en Pampa Zone.

Droge Zone

Deze zone is de meest uitgestrekte vegetatieve zone. Het is een semi-woestijnbos gedomineerd door loofbomen en struiken. De planten hebben zich aangepast aan de droogte. Er zijn veel endemische soorten, zoals korstmossen, die in overvloed zijn in dit gebied omdat ze goed tegen de droge omstandigheden kunnen en vocht van de garua mist op kunnen nemen.

De stranden van het eiland gaan zo’n 60 meter omhoog, waarna een droog woestijnachtig gebied komt. In deze regio bevinden zich veel cactussen, waaronder de vijgcactus, lavacactus en de kandelaarcactus, maar ook wijnstokken. Verder vindt u in deze zone ook de endemische ‘lava morning glory’ en de passiebloem.

Aan top van de Droge Laaglanden bevindt zich de zilverachtig gebladerde Palo Santo-boom met zijn collectie korstmossen.

Overgangszone

Deze zone heeft een karakter tussen scalesia en droge zones en heeft veel soorten van beide aangrenzende zones. Het bos bestaat vooral uit loofbomen, is veel dichter en diverser dan bossen in de droge zones en het is moeilijk te zeggen of een soort dominant is.

Hoger op het eiland zijn de planten meer in overvloed. In de overgangszone groeien planten van de droge laaglanden en van de hoge vochtigere zones. Ook groeien er vele soorten kleine bomen en struiken, zoals de endemische Pega Pega-boom en de endemische Guayabillo die een kleine witte bloem produceert die uitgroeit tot een fruitsoort die op de Guava lijkt.

De Galapagostomaat (endemisch) is een zoutbestendige tomaat die in staat is om in alle zoute bodems in de wereld te groeien.

Scalesia Zone

De overgangszone mengt zich in het altijd groene Scalesia-bos, dat een weelderig nevelwoud is, gedomineerd door Scalesia Pedunculata-bomen. Dit soort bos komt alleen voor op de hoger gelegen eilanden en, vanwege de vruchtbare en productieve bodem, is er veel van weggekapt voor landbouw en veeteelt. Het Scalesia-bos is erg divers en heeft vele endemische soorten.

Vochtige Epifyten als orchideeën, mossen, varens en korstmossen gedijen in de constante vocht in deze zone, net als sierlijke bomen en struiken met veel kleur en charme. Scalesia’s en Pisonia’s zijn in overvloed bij vocht in deze mate. Dit is echt een fantastisch nevelwoud met unieke kenmerken.

De Scalesia zone is het laagst van de ‘vochtige’ zones. De zone is vernoemd naar de daisy boom die tussen 300 en 600 meter hoog groeit. De Scalesia-boom is een van de weinige bomen in de Asterfamilie, en groeit 5 tot 15 meter hoog. Zijn stam en takken zijn bedekt met mos en korstmossen. Dit gebied is vochtig en geeft het gevoel alsof u in het regenwoud bent.

Het aantal Scalesia-bomen is afgenomen sinds mensen arriveerden op de eilanden. Met hen kwamen varkens en geiten, die de jonge planten verslonden. Mensen hebben ook de dichte Guavaplant geïntroduceerd, en zijn groeipatroon steelt voedingsstoffen van andere planten waardoor deze niet kunnen overleven.

Bruine Zone

De Bruine Zone is een overgang tussen het dichte Scalesia-bos en de Miconia struikvegetatie. Het is een open bos, gedomineerd door de Kattenklauw, Tournefortia Pubescens en de Aunistus Ellipticus. De bomen zijn gedrapeerd met epifyten, mossen, levermossen en varens, die deze zone een bruine uitstraling geven tijdens het droge seizoen. Door menselijke aanwezigheid is deze zone verdwenen.

Miconia Zone

De zuidelijke hellingen van San Cristobal en Santa Cruz zijn de enige plaatsen waar een dichte struikgewasachtige riem van Miconia Robinsoniana is. Inheemse bomen komen in deze zone niet voor, maar varens zijn er in overvloed. Er zijn hier ook meer levermossen dan waar dan ook.

Boven de Scalesia zone op zo’n 600 – 700 meter hoog bevindt zich de vochtige zone vernoemd naar de Miconiastruik die deze regio ooit gedomineerd heeft. De Miconia Robinsoniana groeit op hoogtes van 3 tot 4 meter. Zijn bladeren zijn makkelijk te herkennen vanwege hun gele of roodachtige gloed aan de randen.

De Miconia komt alleen voor op de Galapagos, maar sinds mensen hier komen is het de meest bedreigde plantensoort van de eilanden. Het rundvee in dit gebied heeft aan de Miconia gegraasd waardoor de plant nu in gevaarlijk lage aantallen leeft.

Pampa Zone

In deze zone bevinden zich geen zichtbare bomen of struiken, de vegetatie bestaat voornamelijk uit varens, grassen en schietmotten. Deze zone is het natst, vooral tijdens het garua seizoen, waar in sommige jaren wel 2,5 meter regen valt.

Op de bevolkte eilanden wordt dit gebied gezien als bouwland of Pampas. De temperatuur is er laag en er groeit veel gras; goede omstandigheden om commerciële producten te telen en rund te houden. Op eilanden van 900 meter of hoger kan de meeste vegetatie van de Galapagos voorkomen: de ‘varen-zegge zone’ of Pampa zone. De verschijning van deze zone is afhankelijk van de hoeveelheid vocht die er is. De grote Galapagos-varenboom en levermossen worden hier regelmatig gevonden.